De afgelopen twee jaar is door de departementen de nodige ervaring opgedaan met toegankelijke video voor het web. De wijze waarop in een 'productiestraat' ondertiteling werd geïntegreerd was nog niet eerder vertoond. Met het interdepartementale project werd het bewijs geleverd dat video en toegankelijkheid goed kunnen samengaan. Maar al snel diende zich een andere uitdaging aan...
In de videospeler is naast inschakelbare ondertiteling - de officiële term hiervoor is closed captions - een voorziening opgenomen voor een inschakelbaar geluidsspoor - audio descriptions in goed Nederlands - dat synchroon loopt met het beeld en waarin wordt beschreven wat er gebeurt. Een voorbeeld hiervan is te vinden in het artikel Eisen voor video en audio van Stichting Accessibility.
Nu is zo'n geluidsspoor een stuk lastiger te organiseren dan ondertitling. Daarvoor heb je simpel gesteld alleen de juiste software en een toetsenbord nodig, terwijl voor een geluidsspoor daarnaast ook minimaal een geluidsstudio, een professionele stem en een draaiboek nodig is. Technisch is het allemaal wel te doen, maar het leidt er wel toe dat de productiekosten daardoor al snel onevenredig hoog oplopen. Die drempel bleek in de praktijk wat te hoog.
Vanwege het ontbrekende geluidsspoor bij video's is een aantal websites het Waarmerk drempelvrij.nl onthouden. De corporate websites van het ministerie van VWS en van het ministerie van Defensie zijn daar twee voorbeelden van. Ze voldoen niet aan de ijkpunten 1.3 en 1.4 van de Web Content Accessibility Guidelines 1.0, de toegankelijkheidsregels waarop het Waarmerk drempelvrij.nl is gebaseerd en die ook deel uitmaken van de Webrichtlijnen. Tot twee jaar geleden werd hierop niet getoetst, omdat er simpelweg geen videospeler bestond waarmee het kon. Echter, dankzij het interdepartementale videoproject was die videospeler er ineens wél. En daarmee viel het argument weg om het buiten een toegankelijkheidstoetsing te houden.
Om dit vraagstuk te kunnen oplossen is weleens geopperd dat het ook zou moeten kunnen met een voorziening die een tekstbestand-met-tijdcodes omzet naar spraak. Want dan volstaat een toetsenbord en software, waardoor een belangrijk praktisch bezwaar wordt geëlimineerd. Maar een dergelijk programma waarmee dit kan worden uitgevoerd werd tot dusverre niet gevonden.
Het lijkt er op dat die voorziening er inmiddels wel is: de talking subtitles van PLYmedia, een webbedrijf uit Palo Alto. Voor wie het niet kent: deze plaats ligt in het hart van Sillicon Valley. Onder de naam subPLY wordt een voorziening aangeboden waarmee ondertitelingbestanden worden omgezet naar gesproken tekst. Primair is het bedoeld om van online video goedkoop en snel anderstalige versies te kunnen aanbieden. Maar het is waarschijnlijk ook heel geschikt om een inschakelbaar geluidsspoor te maken.
Op de website van PLYmedia is een voorbeeldvideo beschikbaar (tip: laat je niet te veel afleiden door de inhoud ...). Je kunt voor de ondertiteling een andere taal kiezen dan Engels en vervolgens verschijnt een optie waarmee je ook de voice-over van taal kunt laten veranderen!
De videospeler is helaas niet met een toetsenbord te bedienen, dus dat is een toegankelijkheidspuntje dat nog moet worden opgelost. Mogelijk is de oplossing eenvoudig, want subPLY is beschikbaar als plug-in voor de JW Player. En laat dat nou net de videospeler zijn waarop de oplossing van het interdepartementale videoproject is gebaseerd.
PS:
Wie denkt dat toegankelijkheid alleen maar te maken heeft met handicap doet er goed aan een te Googelen op splinternieuwe Nuna4. Ook wie belangrijk vindt dat informatie op een website gevonden kan worden heeft veel baat bij de oplossing die in het kader van het interdepartementale videoproject is ontwikkeld. Google is blind
, wordt weleens gezegd. En dat is helemaal waar.
Raph, mooie vondst, het onderzoeken waard. We gaan er dan wel van uit dat het captions-bestand ALLE benodigde informatie bevat die nodig is voor bv mensen die geheel blind zijn. Dat kan dan vervolgens worden ‘opgelezen’. Net zoals een blinde bezoeker de ‘uitgeschreven tekst (waar dan ook alle info in moet zitten)’ kan laten voorlezen met braillesoftware. Deze optie is in WCAG 2 (deels) voldoende voor een toegankelijke website.
Juist omdat het nu al mogelijk is om de volledige uitgeschreven tekst (inclusief handelingen et cetera) op te laten lezen met hulp van software, is het de vraag wat het verschil is.
Ik ben nog steeds van mening dat de Normcommissie zich over deze vraag zou moeten buigen. Is er werkelijk veel verschil voor de specifieke bezoeker om captions automatisch te laten voorlezen via deze software, of dat dezelfde bezoeker de uitgeschreven tekst van de video op laat lezen door andere software (bv een braillelezer)?
Dag Gerrit, In het voorbeeld wordt het captionsbestand omgezet naar spraak. Dat is niet wat ik bedoelde. Vandaar de zin ‘Maar het is waarschijnlijk ook heel geschikt om een inschakelbaar geluidsspoor te maken’.
Het gaat om een ander tekstbestand, dat de informatie bevat die nodig is voor het begrip van de scène, actie of gebeurtenis, en die niet kan worden waargenomen vanuit het geluidsspoor alleen.
Om aan ijkpunt 1.3 te voldoen moet aan een van de volgende voorwaarden worden voldaan (hieronder volgt de letterlijke tekst uit het normdocument van de stichting Waarmerk drempelvrij.nl; zie http://www.drempelvrij.nl/webrichtlijnen):
Een user agent kan automatisch de tekst van een beeldspoor hardop voorlezen en op die manier een equivalente auditieve beschrijving geven van de belangrijke informatie van het beeldspoor van een multimediapresentatie;
of
Er wordt een auditieve beschrijving geboden van alle belangrijke visuele informatie in scènes, acties en gebeurtenissen die niet vanuit het geluidsspoor alleen kunnen worden waargenomen, rekening houdend met de beperkingen van het bestaande geluidsspoor en de gelimiteerde mogelijkheden om het audiovisuele programma te bevriezen om aanvullende auditieve beschrijvingen in te voegen.
Alleen het captionsbestand voorlezen is doorgaans geen ‘equivalente auditieve beschrijving geven van de belangrijke informatie van het beeldspoor van een multimediapresentatie’. Ik deel je mening dus niet dat de Normcommssie zich over deze vraag moet buigen, het gaat immers niet over de vraag of een voorgelezen captionsbestand volstaat Het gaat om een ander, aanvullend bestand dat na omzetting naar spraak voldoet aan het tweede succescriterium ‘Er wordt een auditieve beschrijving geboden[...]’. Voor dat doel heb ik in een captionsbestand weleens redactionele toevoegingen tussen [vierkante haken] gezien. Dat hoeft dan niet meer.
Raph, we komen nader tot elkaar met al deze uitleg :-).
Bij Rijksoverheidsvideo is het plan om in 1 tekstbestand ALLE info te zetten die nodig is. Idee is vervolgens dat dit bestand door slimme code wordt omgevormd naar 2 bestanden: 1 captions bestand, en 1 bestand voor de ‘volledig uitgeschreven tekst’: het bestand dat we in de norm zo mooi omschrijven met ‘… een auditieve beschrijving [...] van alle belangrijke visuele informatie in scènes, acties en gebeurtenissen...’. De scripts hiervoor staan klaar voor implementatie.
Dit laatste bestand is wat jij bedoeld, toch? Als die wordt opgelezen ontstaat er iets moois :-).
Over de norm-commissie: dat zou moeten gaan over de fundamentele vraag vanuit de overheid met welke oplossingen je genoegen neemt. Is ook breder dan dit punt. Een deel van de Webrichtlijnen is gewoon toe aan een kritische blik. Maar ik heb inmiddels van jou begrepen dat dat gaat gebeuren dit jaar en ik doe daar graag aan mee zoals je weet :-).